Algemene voorwaarden: wat u erover moet weten

Wanneer u iets koopt via een webwinkel wordt u vaak gevraagd om vóór elektronische betaling een hokje aan te vinken waarmee u aangeeft dat u akkoord gaat met de algemene (leverings)voorwaarden van de webwinkel. Als u dit hokje aan vinkt zonder kennis te nemen van de voorwaarden waaronder u de aankoop doet, bent u niet de enige: vrijwel iedereen doet dit. Dit brengt echter wel risico’s met zich mee; algemene voorwaarden kunnen namelijk nog wel eens vervelende bepalingen bevatten. Hoe zit het nu eigenlijk met die algemene voorwaarden?

Algemene voorwaarden worden ook wel de kleine lettertjes genoemd. Ze bevatten de extra regels die gelden als aanvulling op een overeenkomst. In het Burgerlijk Wetboek vindt men regels waar algemene voorwaarden aan moeten voldoen of waar deze juist niet over mogen gaan.

Artikel 6:231 sub a BW geeft de volgende wettelijke definitie van algemene voorwaarden:

«Een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestatie aangeven, voor zover deze laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd».

Eerst sprak art. 6:231 sub a BW van schriftelijke bedingen. Echter, met de implementatie van Richtlijn 2000/31/EG, die gaat over e-commerce, is het woord ‘schriftelijk’ alsnog geschrapt. Daarmee vallen ook mondeling aan de orde gestelde algemene voorwaarden onder de wet.

De wet spreekt van de ‘de gebruiker’ en ‘de wederpartij’. De gebruiker is degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt (art.6:231 sub b BW). Dat is meestal de verkoper. De wederpartij is degene die door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van algemene voorwaarden heeft aanvaard (art.6:231 sub c BW).

De zogenaamde kernbedingen vallen niet onder de wettelijke regeling voor algemene voorwaarden. Deze bedingen maken geen deel uit van de algemene voorwaarden. Het gaat hierbij om bedingen die de essentie van de overeenkomst vormen. Zijn zij wel opgenomen in de algemene voorwaarden, dan zijn ze ongeldig. Een kernbeding wordt gedefinieerd als een beding dat van zo wezenlijke betekenis is voor een overeenkomst dat de overeenkomst zonder dit beding niet tot stand zou zijn gekomen of dat er zonder dit beding niet van wilsovereenstemming omtrent het wezen van de overeenkomst zou kunnen worden gesproken.

Als voorbeelden van onderwerpen die men in kernbedingen terugvindt worden onder meer genoemd: het product dat verhandeld wordt, de door de wederpartij te betalen prijs en de hoeveelheid, het gewicht of de kwaliteit van het verkochte/gekochte.

Het beoogde doel van de wettelijke regeling van algemene voorwaarden is drieledig:

  • Het versterken van de rechterlijke controle op de inhoud van de algemene voorwaarden, ter bescherming van personen jegens wie de voorwaarden worden gebruikt (de wederpartijen), in het bijzonder consumenten.
  • Het bieden van een zo groot mogelijke mate van rechtszekerheid ten aanzien van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden en de (on)geoorloofdheid van de inhoud.
  • Het bevorderen van overleg tussen gebruikers van algemene voorwaarden en bijvoorbeeld partijen die de belangen van betrokkenen behartigen, zoals consumentenorganisaties.

Opgemerkt dient te worden dat de algemene wettelijke regels ten aanzien van algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten, collectieve arbeidsovereenkomsten en internationale handelstransacties.

Komt het tot een geding dan ligt de bewijslast bij de gebruiker. De gebruiker kan daarbij bijvoorbeeld wijzen op het feit dat de algemene voorwaarden in een aantal overeenkomsten al eerder zijn gebruikt. Bij de beoordeling staat centraal wat de partijen redelijkerwijs aan inhoudelijke betekenis aan de bepalingen mogen toekennen en van elkaar mogen verwachten. Bij twijfel prevaleert de voor de consument meest gunstige interpretatie (art. 6:238 lid 2 BW).

Op de gebruiker rust een informatieplicht jegens de wederpartij betreffende de algemene voorwaarden (art. 6:234 BW). Daaraan kan hij voldoen door de voorwaarden aan de wederpartij ter hand te stellen (art. 6:234 lid 1 BW). De gebruiker moet kunnen aantonen dat hij dit heeft gedaan. Is terhandstelling niet mogelijk dan moet de gebruiker, voordat de overeenkomst wordt gesloten, aan de wederpartij bekend maken dat en waar de algemene voorwaarden kunnen worden ingezien, bijvoorbeeld bij de Kamer van Koophandel of de griffie van een gerecht (art. 6: 234 lid 1 BW) of hij moet ze op verzoek toezenden.

Dat moet dan onverwijld en voor rekening van de gebruiker gebeuren, op straffe van vernietigbaarheid van de voorwaarden (art. 6:234 lid 1 BW), mits de gebruiker hier redelijkerwijs aan kan voldoen. De ter beschikkingstelling kan ook elektronisch geschieden, hetgeen is geregeld in art 6:234 lid 2 en 3 BW. Elektronische beschikbaarstelling mag in elk geval plaatsvinden wanneer de overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt.

De wederpartij moet bij elektronische beschikbaarstelling de mogelijkheid hebben om de algemene voorwaarden op te slaan en voldoende tijd krijgen om deze in te zien. Komt de overeenkomst niet elektronisch tot stand dan is toestemming voor elektronische terbeschikkingstelling van de wederpartij vereist (art. 6:234 lid 3 BW).

Is de beschreven regeling limitatief? Uit een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1999:ZC2977:  Geurtzen/Kampstaal) kan afgeleid worden dat de regeling wel uitputtend is bedoeld, maar de HR breekt dit in een toevoeging zelf weer open. De HR stelt in de toevoeging dat wanneer in redelijkheid mag worden aangenomen dat de wederpartij met de algemene voorwaarden bekend is of geacht kan worden daarmee bekend te zijn, vernietigbaarheid van de voorwaarden niet aan de orde is.

In het Burgerlijk Wetboek staat niet wat er in de algemene voorwaarden moet worden vastgelegd, maar wel wat er niet in mag staan. Zoals besproken, zijn dat onder meer de zaken die de kern van de prestatie aangeven, zoals de prestatie zelf (wat wordt er geleverd) de prijs en de duur van de overeenkomst. Bij de beoordeling wordt bovendien gebruik gemaakt van een zwarte lijst en een grijze lijst (art. 6:236 en 6:237 BW) met onredelijk bezwarende bepalingen. Er dient te worden opgemerkt dat de zwarte en grijze lijsten van toepassing zijn wanneer er sprake is van gebruik van algemene voorwaarden in de relatie tussen een bedrijf en een consument (B2C).

In de zwarte lijst (art. 6:236 BW) staan bedingen die, indien opgenomen in algemene voorwaarden, door de wet als onredelijk bezwarend worden aangemerkt.

De zwarte lijst valt in drie rubrieken uiteen:

  1.  Bedingen die de wederpartij rechten en bevoegdheden ontnemen. Voorbeelden zijn de volledige ontneming van het recht op nakoming (art.6:236 sub a BW) of uitsluiting of beperking van de bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst (art.6:236 sub b BW).
  2. Bedingen die de gebruiker bepaalde rechten of bevoegdheden toekennen. Een voorbeeld daarvan is het beding dat de gebruiker de bevoegdheid geeft om de prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij in dat geval bevoegd is de overeenkomst te ontbinden (art.6:236 sub i BW).
  3. Een reeks bedingen van uiteenlopende bewijsrechtelijke aard (art.6:236 sub k BW), bijvoorbeeld de stilzwijgende voortzetting van een abonnement op krant of tijdschrift zonder correcte opzegmogelijkheid (art.6:236 sub p en q BW).

In de grijze lijst van algemene voorwaarden (art. 6:237 BW) staan bedingen waarvan, als ze worden opgenomen in de algemene voorwaarden, wordt vermoed dat ze onredelijk bezwarend zijn. Het staat in dat geval niet per definitie vast dat het beding ook werkelijk onredelijk bezwarend is.

Voorbeelden hiervan zijn bedingen die een wezenlijke beperking van de verplichtingen van de gebruiker ten opzichte van de wederpartij inhouden (art. 6:237 sub b BW), bedingen die de gebruiker een ongebruikelijk lange termijn voor nakoming van hetgeen is overeengekomen geven (art.6:237 sub e BW) of bedingen die de wederpartij aan een langere opzegtermijn binden dan de gebruiker (art.6:237 sub l BW).

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Maxim Hodak, advocaat bij Law & More via maxim.hodak@lawandmore.nl of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via tom.meevis@lawandmore.nl of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Share