Aandeelhouders handelen onrechtmatig door tegen gemaakte afspraak in heimelijk te contracteren

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 10 januari 2018.

In deze zaak vordert eiseres vergoeding van de schade wegens heimelijk contracteren door aandeelhouders. Vijf aandeelhouders van een B.V. hebben samen afgesproken hun aandelen te verkopen aan een GmbH en vervolgens managementovereenkomsten met deze GmbH af te sluiten. Alle aandeelhouders zouden hierbij gelijkelijk beloond worden voor hun werkzaamheden. Twee aandeelhouders hebben, tegen deze afspraak in, heimelijk met de GmbH gecontracteerd teneinde hogere managementvergoedingen en een brokerfee te ontvangen. Dit levert onrechtmatig handelen jegens eiseres op.

Samenvatting van de feiten

Een B.V. heeft vijf aandeelhouders die elk 20% van de aandelen bezitten. Deze aandeelhouders zijn krachtens managementovereenkomsten werkzaam voor de B.V. De B.V. werkt samen met een GmbH. Besloten is om de aandelen van de B.V. aan de GmbH te verkopen en managementovereenkomsten te sluiten tussen de aandeelhouders en de GmbH. De GmbH heeft een bod aan de aandeelhouders gedaan, wat door de AVA goedgekeurd is. Uitgangspunt bij de afspraken is volgens de notulen van de AVA gelijke beloning van de aandeelhouders. Hierna is een Share Purchase Agreement (hierna: SPA) gesloten, waarin de koopsom van de aandelen is vastgelegd en is voorzien in service-agreements tussen de GmbH en de aandeelhouders. Vervolgens hebben twee aandeelhouders samen een B.V. opgericht. Deze B.V. heeft heimelijk een Broker Service Agreement met de GmbH gesloten, waarin zij een vergoeding krijgt voor haar brokerservices bij de totstandkoming van de SPA. Tevens heeft deze nieuwe B.V. managementovereenkomsten gesloten met de B.V. en de GmbH, waarin de twee aandeelhouders als manager aan de organisaties beschikbaar worden gesteld en hiervoor een vergoeding ontvangen die hoger is dan de vergoeding uit de eerdere managementovereenkomsten. Eiseres vindt dat zij hierdoor als aandeelhouder is benadeeld en vordert vergoeding van de schade. De twee aandeelhouders (gedaagden) bestrijden dit.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Eiseres stelt dat alle aandeelhouders overeengekomen zijn om onder gelijkluidende managementovereenkomsten voor de GbmH te gaan werken. Dit blijkt uit het aanbod van de GmbH, waarin de woorden each shareholder zijn opgenomen, de notulen van de AVA, de inhoud van de aanvankelijk gesloten managementovereenkomsten en de heimelijkheid van het sluiten van de vervangende managementovereenkomsten. Door het sluiten van de nieuwe managementovereenkomsten en de Broker Service Agreement, hebben gedaagden deze afspraak geschonden. Eiseres is van mening dat de haar toekomende vergoeding van de aandelen daarom te laag is vastgesteld. Volgens haar levert dit onrechtmatig handelen op. De rechtbank gaat mee in het standpunt dat de aandeelhouders afgesproken hebben om gelijkluidende managementovereenkomsten op te stellen. Er zijn geen feiten gesteld of gebleken die erop wijzen dat partijen een onderling afwijkende structuur van de managementvergoeding zijn overeengekomen. De afspraak blijkt temeer uit het feit dat de aandeelhouders bij hun afspraken hebben voorzien dat een of meer van de managers minder dan fulltime konden gaan werken en dat de managementfee daardoor naar rato verminderde. Dat die omstandigheid expliciet als enige uitzondering op de gelijke beloning is genoemd, wijst erop dat partijen voor de rest hebben vastgehouden aan de afspraak. Eiseres mocht er dus van uitgaan dat alle aandeelhouders na verkoop van hun aandelen gelijkelijk beloond zouden gaan worden. Gedaagden hebben dat uitgangspunt veronachtzaamd door heimelijk te contracteren met de B.V. en de GmbH. Gedaagden hebben hierdoor onrechtmatig gehandeld jegens eiseres. Van omstandigheden die in de weg staan aan het oorzakelijk verband tussen het onrechtmatig handelen en de schade, is geen sprake. Eiseres dient echter voor de rechtbank een nadere berekening te maken waarin becijferd wordt welk bedrag zij te weinig heeft ontvangen, aangezien zij in haar berekening geen rekening heeft gehouden met alle omstandigheden. Met betrekking tot de vergoeding volgens de Broker Service Agreement, is van belang dat vastgesteld wordt wat de juiste lezing van deze overeenkomst is. De stelplicht en de bewijslast hieromtrent ligt op gedaagden. De rechtbank besluit dat eiseres de berekening omtrent de schade voortvloeiend uit de vervangende managementovereenkomsten op moet maken en dat gedaagden een bewijsopdracht krijgen met betrekking tot de Broker Service Agreement.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Maxim Hodak, advocaat bij Law & More via maxim.hodak@lawandmore.nl of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via tom.meevis@lawandmore.nl, of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Share